Vavablog

Le plus beau…

Uitgelicht

Ik ontmoette haar vannacht in mijn dromen. Ze zag er veel minder angstaanjagend uit dan ik me herinnerde, minder grimmig dan toen ze destijds de opdracht gaf om Sneeuwwitje te vermoorden. Haar hooghartigheid, daarentegen, leek me nog niet tot wankelen gebracht. “Hoogheid?” vroeg ik voorzichtig. Ze keek me aan met een ijzige blik en haalde vragend haar wenkbrauwen op. “Hoogheid, heeft u ‘m nog? De spiegel?”

Ze had ‘m nog. Ik moést het vragen : “Wat vond of vindt u zo belangrijk aan de mooiste zijn, o koningin?” Ze keek me aan alsof ik toch écht wel het meest àchterlijke wezen was dat ooit haar pad gekruist had. Tegelijk gebeurde er iets geks… het was alsof ze het antwoord, dat ze als “nogal evident” wilde poneren, ineens zelf in vraag begon te stellen. “Tja… ” kraste ze (ze had echt wel een vreselijk snerpende stem) “Ik vermoed dat ik dacht dat het me liefde zou brengen, en succes. De jaloerse en bewonderende blikken van rivales en aanbidders zouden me mega gelukkig maken.”

Ik zweeg terwijl ik haar bleef aankijken. Het was alsof ze mijn volgende vraag uit de stilte kon plukken : “En…neen, dat effect is uitgebleven. De haat en de jaloezie die ik voelde brachten me alleen maar meer pijn. En nu, nu het te laat is en ik er niks meer kan aan veranderen, komt daar nog een aanzienlijke portie spijt bovenop.” Ik had oprecht met haar te doen.

“Zullen we ‘m nog es testen?” opperde ik speels uitdagend. “Wat heeft u te verliezen? Misschien krijgen we een antwoord waar we méér mee kunnen dan toendertijd?”

Ze pruttelde nog wat tegen, maar trok uiteindelijk de beroemde spiegel van achter de kast waar hij onder een grauw laken opgeborgen stond. Je vindt het misschien grappig, maar mijn hart bonsde van opwinding. Het voelde als een “meet & greet” met een wereldster.

Daar stonden we dan, samen voor haar beroemde spiegel. Of beter : Zij ervoor, en ik aan haar zijde. Ik hield het nauwelijks toen ze haar gerenomeerde vraag stelde : “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… wie is de mooiste van het land?”

Een schim verscheen in spiegel (kippenvel!) en kondigde zonder veel omhaal aan ( er moest duidelijk niet meer over nagedacht worden) : “Le plus beau, c’est Arno” …

Consternatie. De koningin zakte van emotie door haar knieën, de ontlading van de spanning werd haar teveel. “ARNO???? ARNOOOO????” krijste ze. “Die verrekte spiegel is GEK !!!” Ze bleef maar razen. “Een vent??? Ik moet onderdoen voor een grijze vent? Die spiegel heeft teveel stof gesnoven !”

“Majesteit” … het gesakker ging maar door… “MAJESTEIT !!!!” mijn brul maakte indruk. Ze keek geschrokken in mijn richting. Ik kon het niet langer aanzien, en besloot maar es een ferme bek tegen haar op te zetten : “Heeft u er misschien al es bij stil gestaan dat “de mooiste” helemààl niet over uiterlijk gaat? Ok, ik geef toe, wat Sneeuwwitje betreft, werd u misschien wat misleid. Die wàs ook gewoon heel mooi, met haar blanke huid (wit als sneeuw) , haar ebbenhouten haar, haar rode blozende wangetjes…

Wat u niet zag : Ze was bovenal heel lief, attent en dienstbaar voor de dwergjes, ze poetste zomaar hun huisje zonder zich af te vragen of ze er iets voor terug zou krijgen. Ze ging belangeloos hartsvol met de kleine viespeukjes om, en bracht zo een extra streepje zonnige liefde in hun leven.

Ik raasde verder : “Arno is trouwens óók best een mooie man, maar daar gààt het even niet om. Volgens mij heeft de spiegel een àndere definitie van mooi. MOOI als in : Helemaal in contact met zichzelf, zijn talent aan het botvieren, en het leven aan het leven dat bij hém en bij hém alleen past! Geef toe, Majesteit (ik was ineens niet meer te stoppen) , authentieker dan dat wordt het niet! Hij heeft zich nooit iets aangetrokken van wat een ander er van dacht of vond, hij deed waar hij zich goed bij voelde, luisterde naar wat hem inspireerde en ging daar hard en passioneel mee aan de slag.

Niets is zo aantrekkelijk als iemand die het vuur in zich laat branden, en mèt dat vuur ànderen aansteekt. Arno leeft het leven voor zichzelf, en terwijl hij dat doet, betekent hij zóveel méér dan als hij voor de verwachtingen van anderen zou leven. Schooone meneire, Majesteit, echt waar! “

Ze zeeg neer in de dichtstbijzijnde fluwelen stoel. Verslagen keek ze me aan : “Bedoel je dat ik al die tijd bezig geweest ben met de verkeerde dingen? Dat ik al die pijn, verzuring en haat aan me heb laten vreten, terwijl ik me eigenlijk gewoon op iets anders had moeten richten?”

“Niets is verkeerd, sire, alles is een les, een uitnodiging om uit te zoeken hoe u zichzelf gelukkiger kunt maken. Kijkt u dus maar niet langer achterom, maar liever vooruit. Vergelijkt u zichzelf maar niet langer met anderen, want dat heeft geen zin. Misschien moest u maar es bij bij Arno te rade gaan, een drankje met hem doen… ik vermoed dat hij u met plezier vertelt hoe gemakkelijk het is. Mooi bent u sowieso… en hij inspireert u vast om “de mooiste” te zijn … de mooiste versie van wie u echt bent, onweerstaanbaar dus. La plus belle… “

Ze keek me enigszins verweesd aan. “Wat u ook doet, o koningin, houdt u vooral de spiegel. Zelfreflectie is het belangrijkste wat er is. Het lukt u wel, de spiegel is uw trouwe dienaar.” Ik legde nog even bemoedigend mijn hand op haar schouder, voor ik vertrok…

Arno, le plus beau… veel succes met de uitdaging waar je nu voor staat. Je hebt veel met Sneeuwwitje gemeen en al lijkt het niet meteen een stoere vergelijking : Behalve “schoonheid” hebben jullie ook de kracht gemeen om verschillende “vergiftigingen ” te doorstaan en te boven te komen. Net zoals zij de zeven dwergen had, heb jij een horde fans (van een andere orde en een diepere dimensie) die jou telkens weer nieuw leven in willen blazen. Take care, motherfucker!

Ai, Marieke Marieke

Uitgelicht

Alsof ze net werd achterna gefloten door een bewonderende bouwvakker, zo staat ze daar. Ze kijkt over haar schouder om te zien waar zoveel adoratie vandaan komt… spitse borstjes en een rokje dat ondeugend opwipt om een begeerlijk kontje te laten zien, haar hakken dragen een stel vrolijk huppelende benen… Marieke van Brugge… Bijna elke dag wandel of fiets ik haar voorbij. Ze kent me intussen, we begroeten elkaar traditioneel met een knipoog.

Misschien is het door het liedje van Brel dat ze me telkens weer doet denken aan die andere Marieke : Marieke “Wielemie” Vervoort, de topatlete die aan een zware en extreem pijnlijke spierziekte leed en er vorig jaar voor koos om uit het leven te stappen. In het licht van het Assisenproces van de afgelopen weken, was ze prominenter dan ooit in mijn gedachten aanwezig – heel visueel zelfs – alsof ze heftig zwaaiend met haar armen mijn aandacht probeerde te trekken.

Ik kende haar niet toen ik, toeval bestaat niet, op een aflevering van “Het Huis” botste, waarin Marieke op 24-uur-bezoek is bij Eric Goens. Wat ik dààr te zien kreeg, heeft me niet meer los gelaten. Wielemie wilde het zo. Ze wilde laten zien waarom ze voor euthanasie koos. Ze wilde dat mensen wisten waar ze elke nacht weer doorheen moest : Een hel van ondraaglijke spierkrampen die ze in de armen van haar verzorgster uitschreeuwt.

Zonder liefde – warme liefde lijdt het licht, het donkere licht en schuurt het zand over mijn land… De kreten van Marieke gaan door merg en been, haar strijd is lang en uitputtend. Zonder liefde – warme liefde, lacht de duivel de zwarte duivel… de ziekte die haar frêle lijf onophoudelijk geselt met hevige spasmen… Ze huilt, ze roept en tiert, ze kronkelt … Zonder liefde – warme liefde weent de zee , de grijze zee… Marieke duikt onder de golven van bewustzijn … weg naar een wereld waar het monster haar – al was het maar even – niet meer kan raken…

Ay, Marieke Marieke… pleure avec moi de Bruges à Gand… het is zó confronterend om hier getuige van te zijn. Wat dat betreft heeft ze absoluut haar doel bereikt : Elk oordeel of elke véroordeling van haar keuze voor euthanasie zou al even genadeloos zijn als de ziekte zelf. Je vraagt je af hoe ze dit eigenlijk ook zelfs maar één nàcht kon volhouden. Haar verzorgster is het er trouwens over eens : Deze was nog lang niet de ergste geweest.

Confronterend, dus… ook omdat het je voor de spiegel zet : Hoe durf ik eigelijk ook maar ergens over te klagen in dat easy peasy leventje van mij? Ik kan iets leren van deze krachtige, moedige vrouw. Ik doe het haar niet na : Elke dag weer met goede moed inzetten ondanks de wetenschap dat het straks weer allemaal eindigt in je reinste foltering.

Inspirerend is haar verhaal zeker ook. Je ziet hoe Marieke ’s morgens de trap af glijdt, terwijl ze plagerige grapjes maakt en vraagt aan Eric of hij even haar benen (haar rolstoel) wil dragen. Ze praat zonder slachtofferschap en in alle waardigheid over het kruis dat ze draagt. Ze deelt haar lijdensweg omdat ze wil verantwoorden dat ze er niet zómaar uit stapt. Jammer eigenlijk, dat we elkaar tot dat soort verklaringen verplichten. Als het leven dan toch een kado is, mag je er dan niet mee doen wat je zélf wil?

Sofie Lemaire is al even zoet met het verzamelen van vrouwen die een straatnaam verdienen en ze laat zich bijstaan door BV’s die hun kandidate voordragen. Het was Guy Swinnen die een lans brak voor de dappere triatlete. “Hallelujah”, ontglipte me spontaan toen ik zijn voorstel hoorde op Radio 1. Wat zou het zalig zijn als de twee Mariekes verenigd zouden worden op het pleintje aan de Coupure waar Marieke van Brugge blijft omkijken naar haar bewonderaar. Of zou ze haar naamgenote zoeken?

Ik droom er stiekem van. Oh, en … we hebben ook meteen een verklaring waarom Brel “Marieke Marieke” zingt… Ze waren misschien al die tijd al met z’n tweeën.

Dank je wel, Marieke “Wielemie” Vervoort. Je leven was kort en je uitdaging uiterst zwaar. Toch ben je er in geslaagd om je passage te doen nazinderen en een inspiratie te zijn voor je medemens. Je haalde brons en zilver en goud, maar geen medaille of beker kan tippen aan de topprestatie die leverde door te zijn wie je was. Moge je de straatnaam krijgen die je verdient, waar dan ook.

Leren vliegen…

Uitgelicht

Soms loopt er pardoes, compleet onverwacht en met een verbazingwekkende vanzelfsprekendheid iemand je leven binnen om er een flinke klodder kleur aan te geven : Een door het Universum georchestreerde ontmoeting, die je er gelijk van overtuigt dat het helemaal niet anders kon. “Verschijnselen”, noemen we dat in Harry Potter taal. 

Onlangs werd ik er nog es op getrakteerd door de Maastrichtse Magiër Jef Vliegen. 

Jef Vliegen is… hmmm, waar zal ik beginnen? Zijn parcours is zo ferm dat een samenvatting hem eigenlijk niet tot de nodige eer strekt. Toch een poging : 

… Kunstenaar, ja, dàt misschien in de eerste plaats, hij beeldhouwde en schilderde een gigantische galerie bij elkaar … Gastheer van de meest roemruchte kroeg ooit in Maastricht, ’t Knijpke – waar menig vlieg zich te pletter vloog in het oog van de zoveelste bezoeker. Het keldercafé werd geregeld omgetoverd tot cinema en als er een jazzbandje speelde, was het er knokken voor een plaatsje… Toon Hermans , Freek de Jonge, Peter Faber… het zijn maar een paar voorbeelden van bekende gasten die er zich graag een avondje verloren. Organisator van legendarische feesten die ondanks de sloten alcohol in vele geheugens gegrift blijven… Filmproducent in de jaren ’70 en ’80, dat maakte van hem een internationale speler die geregeld het filmfestival van Cannes en de Croisette onveilig maakte. Topschaatser, een titel die hij zichzelf toekent…

De V van Vliegen staat voor heel veel vavavoom, vrouwen, vrienden en vertier… én voor veelzijdigheid … Veelzijdigheid is een ticket dat toegang biedt tot vele werelden. De faam van Jef weergalmt met zijn naam : Enfant terrible, levensgenieter, decadente vogel, ongekroonde koning van bourgondisch Maastricht, Nederlandse Don Quichot…

Al het vorige terzijde : De titel die hem – wat mij betreft – nog het beste past, is die van “levenskunstenaar”. Ik dook in zijn autobiografie “Morgen dansen de muggen” en het is me toch een roetsjbaan van hoogtes en laagtes. Het lijkt wel alsof Jef alle uitersten heeft opgezocht. Hij walst door het leven met bittere armoede en ruime rijkdom als wisselende danspartners.

Jef Vliegen, intussen 87 en hopelijk moet hij nog lang niet “verdwijnselen”, laat ons zien hoe je – wat er ook op je afkomt – creatief met opties kunt spelen. Hij beschikt over een stel vleugels met een slagkracht om u tegen te zeggen. Zijn hart speelt de hoofdrol in het bedenken van scenario’s om de meest erbarmelijke omstandigheden het hoofd te bieden. Zijn laatste gulden deelt hij met een hongerige maat. Samen schaken ze met zelf geboetseerde stukken om warm te blijven tijdens een hongerige winternacht. In de vette jaren neemt hij een aan lager wal geraakte man van adel in dienst als huispersoneel. Ook een vermaarde dief kon bij de ruimdenkende kunstenaar aan de slag. 

Vliegen vertelt in “Morgen dansen de muggen” openhartig hoe hij door de belastingsdienst werd gefnuikt waardoor een einde kwam aan zijn imperium. En toch blijft hij waardig overeind. Hij kijkt vooruit, vrij van wrok, en benieuwd naar het volgende avontuur. Il faut le faire.

De details van het schilderwerk met zijn allerpersoonlijkste penseel laat ik hier even buiten beschouwing, hij beschrijft ze zelf op sappige wijze in zijn boek. Hij bespeelde mooie vrouwen als delicate doeken. “Flierenfluiter” en “Hartenbreker” ontbraken nog in het lijstje van daarnet. Eén vrouw in het bijzonder heeft nog altijd zijn diep respect : Lea, de mama van zoon Boris en dochter Sietske. Het kwam tot een breuk, maar ze bleven verbonden. Ook dat is levenskunst : Blijven liefhebben, ook als het fout loopt. 

De man, zijn werk, zijn verhaal … ze vormen de perfecte ingrediënten voor een alles-behalve-Valentijn weekend, een driedaagse over alleen-maar-liefde. Liefde voor Kunst in al zijn vormen, liefde voor mensen, liefde voor het leven. Wie zich door Jef en zijn werk wil laten inspireren : Op 14 februari om 20u is de vernissage in het RVT, Rolweg 57, 8000 Brugge. Na een warme babbel met de kunstenaar en zijn zoon Boris heffen we het glas op de liefde. Zaterdag 15 en zondag 16 februari is er – tussen 14u en 18u – de Kunstwandeling in het pittoreske St Annakwartier, langsheen vier privé woningen waar we zijn werken kunnen bewonderen. 
Het wordt een unieke gelegenheid om iets op te steken over kunst, leven en liefde. Of om te leren vliegen…

2020…

Uitgelicht

Oudjaar 2019… Djamil heeft zijn dagje niet. Zijn blote voeten voelen vandaag extra pijnlijk aan op de koude Parijse straatstenen. Zijn knappe gezicht met brede jukbeenderen verkrampt bij elke behoedzame stap. Koortsachtig scant hij de omgeving. Zijn lijf trilt ongecontroleerd en zijn hele zijn is op overleving gericht… en op de “fix” die hij nodig heeft. Nu, zo snel mogelijk.

Zijn koolzwarte ogen vinden eindelijk de dealer, iets verder in de straat, nonchalant tegen een lantaarnpaal geleund. Djamil klampt hem aan en krijgt een grijnzend hoofdschudden als antwoord op zijn smeekbede : Op de vooravond van een nieuw jaar is alles wat duurder… feest voor iedereen, de rijken zijn vandaag vast iets guller…

Een paar kilometer verderop heerst een andere bedrijvigheid. Op de Champs – Elysées wordt alles in gereedheid gebracht voor een spectaculair aftelmoment ter afscheid van ouwe heer Deumildisneuf. Tegelijk zullen die tien – uiterst feestelijke – seconden de entrée inluiden van een veelbelovende jongedame : Mademoiselle Vingt Vingt. Het wordt een lichtshow met prachtige projectie op de “Arc de Triomphe” gevolgd door een indrukwekkend vuurwerk. Voor wie het al goed had, worden kosten nog moeite gespaard.

Het is een drukte van jewelste. Honderen combi’s rukken aan en spuwen telkens zes ultra gefocuste agenten uit, die in geen tijd de Elyzese velden omtoveren tot een zwaar gebarricadeerde veiligheidszone. Straks verschijnen hier tienduizenden warm geklede, verwachtingsvolle, vrolijke vierders. Terwijl “all you need is love” door de luidsprekers knalt, oefenen in een zijstraatje een troep gele hesjes hun protestgezangen als een enthousiast kwispelend knapenkoor.

Korte tijd en ettelijke honderduizenden gespendeerde euro’s later zal alles voorbij zijn…

Tot een paar uur na middernacht was Djamil nog op jacht. De feestende medemens werd intussen te zat om nog aandacht – laat staan geld – aan hem te besteden. Ooit was hij één van hen, maar door slechte betalers raakte zijn onderneming in het slop. Hij had gedacht dat het niet fout kon lopen, en het had ook echt niet aan hem gelegen. Door God en klein Pierke – zijn geliefde incluis – in de steek gelaten, kwam hij op straat terecht. Eerst was hij nog flink dapper geweest, en hoopvol … dat ook, maar het rauwe leven op straat had hem genekt. Nu brengen alleen nog drank en een occasionele drug verlichting van de pijn in deze hel.

Uitgeput en ineengezegen tegen een muur ziet hij een paar dames, zwalpend op hun hoge hakken, terugkeren uit het feesttafereel. Ze lopen achteloos kirrend aan hem en zijn lotgenoten voorbij. Een man, van wie niet duidelijk is of hij bij het gezelschap hoort, stopt ‘m dan toch vijf euro toe… hij kreunt dankbaar en vermoeid. Naast hem vecht een oud dametje voor haar leven. Haar kinderen kijken niet naar haar om, ze had het maar anders moeten aanpakken…

De Notre Dame hult zich van schaamte in een dikke mist, als een dame die haar naaktheid verbergt in een peignoir, bij het aanschouwen van dit tafereel. Ze begrijpt de wereld niet, met al haar contrasten en ongelijkheden. Elke dag verbaast ze zich er over : “Liberté, égalité, fraternité “… wat is er nog van die mooie idealen aan?

Ook voor haar is het een nogal woelige periode geweest. Sinds dit jaar weet ze het wat het is om zo goed als alles te verliezen. Ooit was ze één en al pracht en praal en keek ze vol trots op haar Parijse onderdanen neer. Nu is ze het grootste deel van haar rijkdom kwijt. Is het daarom dat ze zo intens met Djamil mee kan voelen? Ze had hem het liefst in haar armen gesloten en hem onderdak geboden. Helaas kan zelfs zij – ooit de rijkste dame van de stad – dat niet meer.

Toch focust ze zich op dat sprankeltje hoop dat haar nog rest. Ondanks haar lot en haar vertwijfeling heeft ze besloten om zich gelukkig te voelen, en zich te richten op de mensen die ( zoals die ene man) wél naar hun broeder kijken, hem gelijkheid en vrijheid wensen. Want dat is het : Structureel verandert een aalmoes niks, maar het is wel een gebaar van “ik wens het je toe” en een boodschap van “ik wil ook een wereld waarin iederéén vrij en blij kan zijn.”

Ik ben het met haar eens. Ik ben het eens met de grote dame die – ondanks haar tegenslag – in alle waardigheid blijft staan. Ik tel mijn zegeningen en ben gelukkig met wat mij toevalt. Sinds ik getuige mocht zijn van zijn strijd, denk ik elke dag aan Djamil en of hij nog zou leven. Ik voel me niet schuldig, hoogstens machteloos. Er rest maar één vraag : Als ik al niks kan doen aan zijn situatie, wat kan ik dan wél doen?

Het antwoord? 2020 wordt voor mij een jaar van focus op wat goed gaat, op wat te redden valt en op hoe we dat samen in alle vrolijkheid voor elkaar krijgen. Doe je mee? Ik wens je hoe dan ook ,van harte, een heerlijk 2020…

Voor ne mens…

Uitgelicht

“Nieuwjaren” is een werkwoord dat , volgens mij, ergens in mijn jeugd uitgevonden werd. Als u een generatiegenoot bent, herinnert u zich vast nog hoe het was : Elk jaar weer stonden we – brief in de hand en ietwat tegen onze zin – flink te wezen voor de familie. Keurig uitgedost moesten we vooral een goeie beurt maken, dan konden mama en papa iets fierder aan de feestdis zitten. Je bracht je nieuwjaarswens bij voorkeur met de nodige ernst en zonder haperen, wat niet makkelijk was onder al die spiedende ogen. Als je geluk had, kreeg je een bemoedigend knikje van oma. En dan had je die ene nonkel, die je influisterde dat je de wijze woorden “liefste peter en meter hoe meer je geeft hoe beter” moest brengen, maar dat durfden alleen de buitenbeentjes, de allerdappersten van de familie.

Elk jaar weer werd de maaltijd ook opgevrolijkt met de obligate voornemens, die theatraal werden aangekondigd en door de toehoorders met gejoel onthaald. Goeie voornemens, uiteraard, na te streven verbeteringen die plechtstatig werden afgeroepen als waren ze al een feit.

Even ter zijde : Er zijn soorten voornemens, ik ben intussen kenner. Je hebt de cliché’s, als daar zijn “stoppen met roken” en “meer sporten”, die heel erg in trek blijven. Dan zijn er de blabla’s, die na aankondiging een jaar lang opgeborgen worden om bij het volgende nieuwjaarsfeest weer te worden opgediept als fonkelnieuw. De suggies echter (de categorie van de suggestieve voornemens) zijn mijn favoriete soort , die maak je voor een ander. “Een beetje minder zàgen dit jaar”, daar waagde nonkel Henri zich eens aan, tot groot jolijt van de bende . Tante Dien counterde met een ferme mep en de mededeling “dit jaar doe jij de was… en bij nader inzien (ze bleef meppen) ook de afwas!” Doe dus iemand een voornemen kado, ambiance verzekerd !

Een merkwaardig fenomeen is het wel, die traditie. Wie op mij vooral indruk maakt zijn mensen die écht wérk maken wat ze zich hebben voor genomen. De “niet lullen maar poetsen”- types, die een concreet plan hebben en dat omzetten in een streepje strakke realiteit. Isabelle Descheemaecker deed dit jaar zoiets. Terwijl de gemiddelde mens maar blijft praten over klimaatverandering en de continenten aan plastic die onze zeeën teisteren, zette Isa een staaltje van daadkracht neer om u tegen te zeggen : Ze opende de eerste Brugse “zero waste” shop, waar je verse, locale producten in bulk kunt kopen. Je kunt er “slow”, zeg maar genietend, shoppen.

Ik genoot er gisteren van een gember/vlierbloesem/rooibos theetje, met een stukje kaastaart, overheerlijk. Want dat is de Karmamarkt van Isa ook : Een plek om te ontspannen en interessante mensen te ontmoeten in de zachte zetels van de zithoek. Je kunt kiezen voor een babbel, je kunt met je neus in de boeken duiken… of je maakt – zoals ik – een combinatie van de twee.

Het aanbod is heel uitgebreid : verzorgingsproducten, natuurcosmetica, kruiden, dranken, (af)wasmiddel, koffie/thee en taart, voeding en maaltijden op bestelling, een heel zorgvuldig samengesteld assortiment. Je vindt er ook een origineel geschenkje, voor welke gelegenheid dan ook.

In mijn boodschappenmandje verdwenen een prachtig scheermes met houten greep, een heerlijk geurende bonenkoffie uit Peru, en een grabbel noten. Ik ga er nog niet systematisch alles kopen, moet ik wel toegeven. Dat is ook niet abnormaal : Sinds Isa haar marktje opende, heb ik nog wat voorraden te liquideren, en ging ik verpakkingen sparen om straks bij haar te laten bijvullen.

Het is namelijk een proces, dat anders leren shoppen. Je kunt niet meteen al het oude overboord gooien en alleen nog maar voor het ecologisch bewuste aanbod van zo’n winkel gaan. Die dingen vergen tijd en gewenning. Je hoeft er voor haar part ook niet meteen te kopen : Snuister-winkelen en van de sfeer en de muziek genieten mag ook. En toch kijk ik er telkens naar uit om weer iets nieuws te kunnen proberen, want de produkten zijn van een zalige kwaliteit.

Achter de schermen is er een aanbod van yoga en workshops. Zo levert de Karmamarkt een hele concrete bijdrage aan een maatschappij met meer Vavavoom. Bewuster leven, bewuster kiezen… En geitenwollensokken? Vergeet het maar. Niet alles wat anders is, of verandering brengt, moet aan diezelfde stal toegewezen worden.

Er circuleert trouwens nog een andere gekke overtuiging rond alles wat stichtend bijdraagt aan het welzijn op de planeet : Het moet goedkoop zijn, en mensen die binnen deze kaders werken moeten minder verdienen of mogen er alleszins niet rijk van worden. Hoezo dan? Frisdranken giganten mogen woeste winsten scheppen door vergif op de markt te brengen, maar dit moet voor niks? Ammehoela.

Ik hanteer een nieuw werkwoord dit jaar : Ik ga wat vaker “Karmamarkten”. Het is gewoon heerlijk om te doen. Ik ga er regelmatiger gewoon even “hangen”… de toevallige binnenlopers zijn inspirerend, en dat is de immer vrolijke Isabelle trouwens ook.

Ik schrijf dit met een warm hart voor een moedig initiatief dat wat mij betreft alle kansen op slagen verdient. De winkel bevindt zich in de Langestraat en meer info vind je op de Karmamarkt site. Ik neem me voor om meer mooie-mensen-initiatieven te delen, om de wereld met Vavavoom te blijven besmetten, te strooien met liefde en dat waar we met z’n allen beter van worden zoveel mogelijk te ondersteunen … Of is zijn dat teveel voornemens voor ne mens? Gelukkig 2020, iedereen…

Karma is a witch !

Uitgelicht

Lieve Sint, opgepast! Misschien wist u het nog niet maar het nieuwe lievelingetje van de kindertjes heet Karma. Wat zegt u? Neehee, Karma is geen bitch!? Het is echt een toffe tante, die de positie van uw Zwarte Piet wel eens ernstig in het gedrang zou kunnen brengen. Ze is van Oosterse origine, en heeft een ietwat afwijkende filosofie van die van u.

Ziet u : U brengt kinderen die braaf geweest zijn speelgoed en snoep of andere verrassingen. Kinderen die stout waren dan weer, gaan – in de vieze jutezak van uw knecht Piet – naar een niet nader genoemde bestemming. Weet u wat die Karma nu verzonnen heeft? Die brengt gewóón terúg wat de kindertjes zélf gegeven hebben!? Gaven ze iets moois aan de wereld, dan krijgen ze iets van gelijke waarde of méér terug. Deden ze iets lelijks… bam… ook daar krijgen ze lik op stuk, of erger ! Sorry hé Sint, ik wil u niet beledigen, ma ik vin da sjiek ! En dat vinden de kinderen blijkbaar ook, want ze kozen Karma tot het populairste woord van dit jaar! Ze hebben het nu al, zo kort na uw vertrek, meer over haar dan over u…

Hoewel ik niet zeker weet of alle kinderen het wel echt goed begrepen hebben. Je hoort ze namelijk te pas en te onpas “Karma” roepen : Een vriendje struikelt , KARMA ! Papa pakt naast de lotto pot, KARMAA !! De boze stiefmoeder verslikt zich in een appel, KARMAAA !!! De focus ligt duidelijk helemaal op het aspect “afrekening”, alsof elk kleinste tegenvallertje een rekening is die je gepresenteerd krijgt omdat je ooit iets mispeuterd zou hebben. Gelukkig is dat niet zo. Je kunt ook gewoon je teen bezeren omdat je niet goed uitkeek of een steek laten vallen omdat je te snel wilde breien.

Je hoort ze het zelden roepen bij een leuke meevaller. Vriendje vist het coolste kadootje uit de grabbelton… stilte… niemand denkt “amai, die zal véél goeie dingen gedaan hebben”. Mama komt eindelijk es blij terug van de kapper… stilte… niemand die het K-woord roept om te onderstrepen dat ze dit gewoon keihard verdiend heeft.

Alle gekheid op een stokje, lieve Sint, en dat weet u wel … wij, “grote” mensen zijn natuurlijk geen haar beter. We zijn generatie na generatie in een gelijkaardig schoolsysteem opgevoed. Een regime dat fouten onderstreept met rode stylo’s en dat benadrukt dat er drie op tien antwoorden mis waren ipv zeven op tien juist. We krijgen dat staren naar missers bij onszelf en bij de ander gewoon met de paplepel ingegeven. Wat niet betekent dat we het moeten blijven doen. Eigenlijk wil Karma ons op een andere manier leren leren…Misschien lukt het ons ooit wel : Meer aandacht besteden aan wat er wél ipv wat er niét is.

Als we nu es zouden focussen op wat we van onderin kunnen veranderen? Niet op straat komen om te mopperen over wat we niet goed vinden? Het gewoon anders doen onder elkaar? Een aanstekelijk en niet te ondermijnen “wij-ons” creëren?

Tante Karma vindt het namelijk extra fijn als je ook vanuit dat perspectief met haar mee kijkt. Positief Karma kan je bewerkstelligen door positieve bijdragen te leveren aan ons menszijn. Je werkt dan actief mee aan een blijer “ons”. Je wordt zelf fundamenteel gelukkiger als je niet alleen voor je eigen hachje schermt, maar eraan denkt dat je onlosmakelijk verbonden bent met een groter geheel.

We kunnen méér doen dat méér bijdraagt aan dat collectief contentement. En dat mag met kleine contributies beginnen. Een nieuw begrip : Collectief contentement contributies. CCC – positief, is dat geen grappig idee, Sint? Heel erg drastisch het roer omgooien heeft trouwens geen zin, daarbij is het risico op slagzij of misselijke passagiers te groot. Misschien kunnen we een ander grootboek opzetten waarin u de leuke dingen die ons samen leven opvrolijken, noteert? Beetje zoals dat boek dat u nu hanteert, Sint, maar dan anders? Dan kan Karma als een dartele heks van de één naar de ander bezemen, gedragen door golven van “wij-zijn-goed-bezig”, om die ideeën te verspreiden. Karma is a witch 🙂

Misschien wilt u daarbij helpen, lieve Sint? Als we nu volgend jaar deze tijd nog eens de balans opmaakten?

Mijn volgende blogtekst zal trouwens gaan over iemand die hier een hele praktische en stichtende bijdrage toe levert ! Dat zal ik af en toe es doen, zo iemand in de schijnwerpers zetten. Zo kunnen we elkaar ook inspireren, toch? Tips zijn zeker welkom. Men zegge het voort!

Uitgelicht

Rechtvaardige rechters…

“Kakmadame!” dacht ik, toen ik de druppels van de vorige toiletbezoekster op de rand van de pot zag liggen. Ik kon haar vluchtig taxeren tijdens de schichtige “zij eruit / ik erin – wissel” : Een dame van het opgedirkte soort, dure jas, lange valse wimpers en dito nagels, sjieke handtas… gek eigenlijk, hoe snel we al die dingen opmerken. Mijn inwendige mopperkont ging stevig tekeer, terwijl ik met wat papier de urine residu’s van mijn voorgangster verwijderde : “Amai, “dame”??? Zo’n show, maar echte klasse ? Pfff, een toilet zó vies achter laten…”

Ik pleegde mijn plasje alsnog met de gekende opluchting, die stijgt naarmate de blaasinhoud daalt. Ik was het incident eigenlijk al vergeten, toen ik bij het doorspoelen merkte dat het systeem nogal onstuimig afgesteld was, waardoor spetters water over de bril heen gecatapulteerd werden. Een fractie van een seconde stond mijn wereld stil. Had ik dit nu echt gedaan? Iemand veroordeeld, ten onrechte, op grond van oppervlakkige indrukken en uiterlijkheden, zonder de ware toedracht te kennen? Misschien had ik van een ongelooflijk lieve oma een degoutant vieze trut gemaakt, die alleen in mijn hoofd bestond!

Dit WC- tafereel speelde zich jaren geleden af en was voor mij een AHA-erlebnis. Hoe snel vellen wij een oordeel, denkend dat we alwetend zijn en het bij het rechte eind hebben? Dit vluchtige incident was natuurlijk behoorlijk onschuldig, er hingen geen levens van af. Maar wat als we op basis van dit soort ongefundeerde percepties over belangrijker zaken gaan oordelen? Wat als er echt levens van af gingen? Liefdes? Vriendschappen? 

Kleine test : Hoe vaak heb jij al het verhaal van een vriend(in) geloofd, zónder enige bewijsvoering gezien te hebben?  Hoe zeker weet jij dat je de “waarheid” kent? En op basis waarvan? Kun je onbevooroordeeld naar iemand luisteren? Trek je conclusies op basis van feiten en objectief bewijsbare gegevens? Of doe je het met losse interpretaties – erger nog – borduur je verder op de percepties van iemand anders zonder die te checken? Vraag je wel eens verduidelijking aan iemand om te begrijpen waar of waarom het fout liep? 

Onze hersenen zijn er perfect voor geëquipeerd om snel te oordelen, en maar goed ook. We moeten ons namelijk op tijd uit de voeten kunnen maken bij gevaar. En toch is het een falend mechanisme als we er niet in slagen om de inwendige jury uitstel van executie te vragen, zeker bij sociale en niet levensbedreigende kwesties. Ik ben er stellig van overtuigd dat heel veel conflicten en zelfs oorlogen hierin hun basis vinden!

De woorden van Ghandi indachtig , “be the change you want to see in the world” ben ik hier snel na mijn WC avontuur mee aan de slag gegaan. Sindsdien beraadslaagt mijn innerlijke jury uitvoerig en zolang er geen bewijzen zijn of ik heb niet met de betrokken partijen gepraat en overleg gepleegd , is er geen vonnis. Wat mij niet aangaat, daar blijf ik van af. Het ergste ultieme besluit is , in mijn geval, simpelweg “dit past niet bij mij” eerder dan “deze persoon is fout”. Mijn winst? Meer innerlijke rust en dus lagere stress levels, meer helderheid, minder interne en externe conflicten, en hopelijk vooral een positieve bijdrage aan het grotere geheel.

Op  Één loopt dezer dagen ” De Twaalf” , over het fenomeen van oordelen in een echte assisenjury. Omdat dit thema mij zo interesseert, en ik TV – en acteerwerk van eigen bodem graag volg, deed ik een marathon zitting. Ook hier onbreekt elke zweem van “objectieve en onomstotelijke bewijzen”. Voor een bende willekeur als zo’n assisenjury wil je als beklaagde niet komen te staan, geloof me vrij ! De plot is heel verrassend en confronterend, en bewijst bovendien mijn punt. 

Het beeld dat deze reeks schetst, is – vrees ik – accurater dan we durven te geloven. We worden meegenomen in de privésfeer van elk jurylid, en zien ook meteen voor welke kleuring die eigen leefwereld zorgt. Het is duidelijk : We hebben nog een flinke weg te gaan. Want niet alleen wij zelf maar ook rechters, jury’s , advocaten en – ongelooflijk maar waar – zélfs therapeuten zijn niet opgeleid om feiten en percepties uit elkaar te houden, wat leidt tot uiterst pijnlijke situaties.  

Die verandering, hoe beginnen we daaraan? Dit is alvast mijn klein steentje bijdrage. Ik hoop met mijn WC-verhaal een bacterie te lanceren die zich snel verspreidt. Hopelijk is het een beeld dat bij blijft en dat illustreert dat “snel stempels drukken” nergens toe dient. Misschien moeten we er gewoon ook es wat meer humor overheen kieperen, er wat minder ernstig over doen… ons ontdoen van de idee dat de wereld op ons verdict zit te wachten… misschien komen we dan in een vrolijkere samenleving terecht… één waar alleen plaats is voor liefdevolle beschouwingen en rechtvaardige rechters…

Uitgelicht

Jouw Vavavoom…Dubbel !

Weet je wat het is? We leven teveel voor de buitenwereld. Vanmorgen hoorde ik het nog op een netwerkevent, iemand zei : “Zodra ik het woord moet nemen voor een publiek, kan ik mijn hoofd niet bij de boodschap houden omdat ik helemaal ingenomen word door wat de mensen wel niet van mij zouden kunnen denken”.

Natuurlijk is het belangrijk om een goeie indruk te maken. En natuurlijk willen wij als sociale wezens bij voorkeur de stempel “getest en goed bevonden”… daar schuilt zelfs een basis instinct achter. In ons oerverleden konden we het wel schudden als we uit de grot gebonjourd werden. De kans op alléén overleven was minimaal tot onbestaand. Het zit ons dus ingebakken, dat aanpassingsgedrag om er bij te horen en de angst om afgekeurd te worden.

Menselijk … alleen wordt het beperkend als je er geen erg in hebt of als het je vrolijke vrijheid indijkt. Je keuzes laten afhangen van wat de ander wil of – erger nog – van wat je dénkt dat de ander wil, dat is je reinste slavernij. Jezelf niet toelaten om je eigen – ja, zelfs je eigenzinnig – ding te doen, en jezelf te zijn … Waarom dan?

Kleine kanttekening : We gaan er even van uit dat je ecologische verantwoord leeft, en dus beslissingen neemt die anderen geen schade berokkenen.

Even een aantal argumenten op een rijtje :

  • Mensen hebben een terecht of onterecht oordeel over je. Hoe goed je je ook in bochten wringt, er zal altijd wel iemand zijn die commentaar of kritiek heeft. Kan je dan niet beter gewoon voor je eigen authentieke versie gaan, als het resultaat tóch hetzelfde blijft?
  • Ik vind de Engelstalige uitdrukking “They’re judging you by their own standards” een hele mooie om hier mijn punt te maken : Mensen met een lage bewustzijnsgraad beoordelen je vanuit wie ze zelf zijn. Niet iedereen heeft een doorgedreven traject van persoonlijke groei afgelegd en bijgevolg zijn veel mensen niet in staat de eigen kleuring te onderscheiden van een heldere waarneming. M.a.w. De perceptie die iemand van jou heeft, is vaak gewoon een afspiegeling van zijn eigen innerlijke wereld.
  • Niet meer kunnen genieten van wat je doet of niet doet, omdat je schrik hebt voor het oordeel van de boze buitenstaander? Dat is een grotendeels zelf gebouwde gevangenis.
  • Je zult er versteld van staan hoeveel mensen er spontaan en geïnteresseerd op je af komen als je écht de meest pure versie van jezelf neerzet. Ga dus niet langer voor de “likes” maar vertrek vanuit het moois dat je te bieden hebt.

De enige relevante vraag bij alles wat je doet, is “word ik hier blijer van”. Als blije mens heb je namelijk zoveel meer te bieden.

En nu wordt het even ingewikkeld : Gek genoeg zijn we tegelijk ook te wéinig met de buitenwereld bezig. Ingewikkeld en een beetje dubbel, althans op het eerste zicht, want eigenlijk is het gewoon de logica zelve. We lopen de rat race, we willen de eerste zijn, de beste. We lopen om indruk te maken. We doen nauwelijks nog es iets op stille en ongedwongen wijze voor een ander, daar hebben we toch gewoon ook geen tijd voor? We hebben het te druk met “human doing” te zijn, zodat de “human being” er niet aan te pas komt. En dat allemaal terwijl we onze eigen identiteit eigenlijk alleen maar vinden in de uitwisseling met de ander.

En wat blijkt, gek genoeg? Het zijn net de mensen die niét meedoen aan het grote “hoe-kan-ik-u-imponeren”- spel, die het meest indrukwekkend zijn. Ze focussen op hun eigen bijzonderheden, en inspireren anderen door wie ze zijn eerder dan door wat ze doen. Grote voorbeelden uit onze dichtste – culturele – omgeving : Arno Hintjens en Wim Willaert… die hun West-Vlaamse roots trouw bleven en zelfs als springplank gebruikten ipv er een beperking van te maken.

Geef jij je Vavavoom , je eigenheden en talenten al in volle glorie aan deze wereld? Jij hebt iets wat niemand anders heeft. Met jouw specifieke rugzak kan je het verschil maken, waar wacht je op?

En dan nog een extra vava-vragenvuur : Doe je wat je doet in een sfeer van samenwerking of van concurrentie? Leef je in de overtuiging dat er genoeg is voor iedereen en dat je vermenigvuldigt door te delen? Nog niet? Helemaal niet erg. Het is nooit te laat om ermee te beginnen : Leven mét en vóór ipv tégen de ander. Ik nodig je uit. En ik beloof je, het loont. Dubbel.

Uitgelicht

ECHT…

Gisteren (omdat er geen betere dag kan zijn) keken we naar “Yesterday”, een – wat mij betreft – heerlijke Britse fantastische film, een modern sprookje en bovenal een leuk niemendalletje waar je gewoon vrolijk van wordt.

Het verhaal begint met een planetaire energiestoring, een collectieve stroompanne met een grappig neveneffect : Iedereen – behalve het hoofdpersonage, muzikant Jack Malik – blijkt het bestaan en dus ook de muziek van de Beatles vergeten te zijn.

Je raadt het al : De immer klooiende Jack komt op het idee om alle songs vanuit zijn geheugen te reproduceren. Daar slaagt hij wonderwel in en zodoende worden de heerlijke deuntjes en de bijhorende lyrische teksten aan hém toegeschreven. In geen tijd is hij de groter dan Ed Sheeran. Deze laatste, die in de film niemand minder speelt dan zichzelf, buigt nederig voor zoveel grootsheid. De vanzelfsprekendheid waarmee Malik vlotjes de ene na de andere hit uit zijn mouw schudt, is vanuit zijn hoek bekeken uiteraard legendarisch.

De film zit vol grappige vondsten, sommige nogal voor de hand liggend (zoals de hint van Sheeran om van “Hey Jude” toch maar “Hey Dude” te maken), maar wie maalt er om? Want wat je gaandeweg en bij de introductie van elke “nieuwe” Beatle song beseft, is dat we werkelijk in een totààl andere wereld zouden geleefd hebben, mochten we geen Beatles hebben gehad ! Kleur en variatie, psychedelische zottigheden, romantiek, ritme , schwung, originaliteit, noem het op… de Beatles goochelden ermee.

Voor één keer ben ik er absoluut niet rouwig om dat ik een film niet in de cinema zag : Het was heerlijk om ongegeneerd mee te brullen met de liedjes, telkens weer met dat enthousiast kwispelende gevoel : “oooh jaaaa, die ook nog !!!” Himesh Patel, de acteur die Malik brengt, heeft trouwens een frisse stem die best wel bij het Beatles repertorium past.

Wat mij vooral bij blijft is de metafoor waar de hele film voor staat, dat is nu eenmaal ook de opvoedkundige taak van elke sprook die naam waardig : Hoe wij najagen wat echt niet belangrijk is, en daarbij aan de essentie voorbij lopen. Het is een bijna clichématige verhaal van een eenvoudige jongen, die constant op zoek is naar groter succes en die daarbij over de prachtige liefde, die voor zijn voeten ligt, heen stapt.

Zijn karikaturale Amerikaanse manager (heerlijke vertolking van Kate Mc Kinnon) lokt hem als een boze stiefmoeder alsmaar verder in een gapende leegte, ingenieus verpakt als “glitter en glamour”. Dat ze alles fantastisch vindt zolang het in haar portefeuille past, steekt ze niet onder stoelen of banken. Het wordt een leven van “show, show, show & go, go, go”, van volle stadia met gillende tienermeisjes en achtervolgingen door hordes fans (alweer leuke verwijzingen naar de Beatle Mania van weleer).

En toch haalt het hem in. Leven voor de verwachtingen en onder de impulsen van de buitenwereld, dat houdt niemand vol. Constant je “kijk mij” – gehalte moeten opkrikken, jezelf opblazen, je voordoen als iets wat je niet bent, stiekem stelen van een ander en er de eer van het succes mee opstrijken… Jack Malik is au fond een lieve jongen, maar de alerte kijker voelt dat het wringt. Dik doen met het geld van een ander, pretenderen één van de groten der aarde te zijn terwijl je wéét dat het één grote leugen is, dat eist vroeg of laat zijn tol.

Het is uiteindelijk één van de Beatles (mocht je de film nog niet gezien hebben, ik wil even niet “spoilen” door weg te geven welke van de vier) die hem tot het inzicht brengt : “No no! I said really happy, that IS success…” En hij kon het weten, want hij heeft zijn zieltje laten zingen. Dat hebben ze alle vier trouwens…

Naast de muzikale geschenken die we van de FAB FOUR kregen, gaven ze ons namelijk ook een stichtend voorbeeld in het voluit en enthousiast leven van je kerntalent. Ze waren fervente mediteerders, en dus heel erg met hun innerlijke kracht verbonden. Meditatie leert je het gekwetter van het ego te onderscheiden van wat er aan je ziel ontspruit. Hun bruisende breinen brachten alleen voort wat er in hun harten klopte, en omgekeerd… Tegenwoordig noemen we dat “hart-brein coherentie”, één van mijn stokpaardjes.

Terug naar de film : Jack Malik ziet dààr en dàn in dat het geen zin heeft om te liegen over zijn leven, over zijn liefde. Hij beseft dat het doodzonde is om niet te vechten voor de vrouw die hem door dik en dun steunt en intens van hem houdt… En zo eindigt het sprookje dan toch weer zoals het sprookjes betaamt : Eind goed, al goed. Hij biecht zijn sympathieke misdaad op, en leeft nog lang en gelukkig, met haar.

Moraal van het verhaal : Het zit ‘m niet in wat een ander van je denkt of hoe je je denkt te moeten profileren. Als het allemaal niet vanuit de diepste krochten van je eigen “zijn” opborrelt, dan is het niet echt. Je leeft het leven van een ander, of zelfs helemaal geen leven maar een leugen.

En nu mijn specifieke boodschap : Ik wens jou hier en nu de goesting en de kracht om je eigen integere en ongetwijfeld prachtige versie van jezelf neer te zetten. Want waarin je talent ook ligt, je hebt het gekregen om het te delen. Alles wat je deelt, vermenigvuldigt zich. Je geluksfactor zal recht evenredig verhogen met de mate waarin je het beste van jezelf geeft. Het kan alleen maar zijn wat het is. Niet nodig om te “faken”. Echt.

Uitgelicht

Tranen toegelaten…

Ergens halverwege de achttiende eeuw, ten tijde van Napoleon, waren tranen nog “haut de gamme”. Of het nu ging om een traan plengen, tranen met tuiten wenen, krokodillentranen, er één over de wang laten biggelen of er één wegpinken, de hele reutemeteut was welkom. Welkom én algemeen aanvaard : Het stond sjiek, het had iets sensueels en het werd als cultureel hoogstaand en fijngevoelig beschouwd.

In de Franse salons werd er niet alleen over literatuur en politiek gediscussieerd, de Verlichting werd er ook daadwerkelijk en van alle kanten tegen het licht gehouden. Wààr het ook over ging : Als iets je sterk beroerde dan kon je dat zonder schroom onderstrepen door er het tranenvocht bij te laten stromen.

“Tiens”… dit la petite penseuse en moi : De Verlichting predikte de rede en het autonoom gebruikte verstand (het rationalisme) in combinatie met het leren door ervaring (empirisme ), en tóch bleef het uiten van emotie een welkome aanvulling op het assortiment?!

Denk even met mij mee, want misschien heb ik het mis : Ratio, rationeel zijn, wordt door de cynische 21ste eeuwse mens toch lijnrecht tegenover emo gesteld? Het hoofd tegenover het hart? Het één óf het ander? Het uiten van emotie (bij wijze van het huilen van één of – dieu pardonne – meerdere tranen) wordt gezien als een zwakte. Al zeker in “hogere”, laat staan professionele middens, stuift iedereen van ongemak en walging uiteen bij de geringste zweem vàn.

Inherent aan dat ongemak en die walging zijn zowel tragische als hilarische reacties. Als daar zijn : de één duikt onder zijn bureau, de ander moet ineens dringend een telefoontje plegen, nog een ander draait van ergernis zijn ogen naar waar zich normaal een gezond stel hersenen bevindt, maar helaas… En als kers op de taart heb je dan ook nog het soort dat vindt dat je het wel eens mag uitleggen : Hoe dúrf je ook maar enige vorm van menselijkheid en (“ieuw-ieuw-jakkes-jakkes” dat andere vieze woord) “gevoél” te laten zien???

Mijn brein maakt even een sprong naar een figuur waar ik al lang niet meer had aan gedacht : Pierrot, de tragische clown waar ook Bowie duidelijk iets mee had. De zwarte traan in zijn ooghoek staat symbool voor een verloren liefde. Voor zijn gevoeligheid en zachtaardigheid kreeg Pierrot verder ook alleen maar onder zijn viool, tot daar de romantiek… de gelijkenis met de hedendaagse mens is niet ver weg.

Ik heb de stellingname van de anti-tranen-brigade nooit begrepen. Alsof je tranen de vrije loop laten – wat eigenlijk een zeer gezonde (detox!) reflex is – een onweerlegbaar bewijs is van het feit dat je jezelf niet in de hand zou hebben. Toegegeven, voor uitvergrootte drama’s heb ik het ook niet, maar daar gaat het hier echt niet om. Waarom toch wordt er zoveel aanstoot genomen aan onze oprechte “zoute waterlanders” ?

Het antwoord ligt ‘m, mijns inziens, deels in een stel geërfde overtuigingen die kant noch wal raken en deels in het feit dat we nog altijd niet goed met de minder vrolijke aspecten van het leven om kunnen. Misschien maakte je het al mee : Mensen die niet thuis geven terwijl jij net alle mogelijke steun kunt gebruiken. Ze weten niet hoe ze zich moeten gedragen of wat ze moeten zeggen … Zucht. Je wordt het zoveelste spook van de opera, dat zich moet verschuilen wegens letsels die het daglicht niet mogen zien.

De vreugdetraan heeft de tand des tijds dan wél weer doorstaan. Die hoef je niet in alle krampachtigheid te onderdrukken. Het ergste wat je kan over komen als je die laat, is dat je als watje wordt bestempeld. Deze traan is populair bij menig drama queen en wordt bij voorkeur “en publique” gebezigd, helemaal “bon ton” en passend in de heersende maar compleet gefakete succescultuur.

Er is maar één conclusie mogelijk : We zitten met een onevenwicht. De twee theatermaskers “een lach en een traan” lijken me eigenlijk een mooi symbool van herstel. Geen dag zonder nacht, geen zwart zonder wit, geen vreugde zonder verdriet. We leven in een wereld van contrasten. Je kunt niet weten hoe gelukkig je bent als nooit verdriet hebt gevoeld. Het één kan niet zonder het ander bestaan, dus doe net zoals onze vrienden uit de achtiende eeuw maar es heel sjiek : Laat bestaan en gaan, die traan…

Uitgelicht

Van vliegende varkentjes…

Laat ons wel wezen : De kans dat een varken ooit kan vliegen, mogen we zonder veel twijfel onbestaand achten. De hyperbolische Britse uitdrukking “When Pigs Fly”, betekent dan ook zoveel als “Alleen in je dromen!” of “Nooit!”

Op het woord “onmogelijk” reageer ík doorgaans met een gigantische weerstand , één van het explosieve soort – met een kracht van acht op de schaal van Richter. Het woord triggert een reflex. Er wordt een Sherlock Holmes in mij wakker, een snuffelende speurhond met een loep en een hoog Jeanne d’Arc gehalte : “Ah nee? Dat zullen we nog wel es zien! ”

Met de krantenkop “We kunnen voorlopig niets meer doen voor baby Pia”, een uitspraak van Maggie De Block, mocht ik dit deze week nog es helemaal en in zijn volle intensiteit ervaren. Hoezo dan, “niets meer doen”???? Dat bestààt toch gewoon niet?!?!

Ik stel me soms voor dat er in de voornaam van onze minister van Volksgezondheid een “g” minder stond, waardoor ze met meer lef, pit en een snufje gezond heksenverstand in haar atelier met toverdrankjes en poedertjes stond. Ze had dan krachtige spreuken die farma reuzen in padden veranderden. Haar mysterieuze brouwsels maakten zieke kindjes sprankelend gezond.

Ik heb het niet voor de scheldpartijen en verwensingen die op onze minder magische minister worden afgevuurd. Echt niet. Meer nog, ik vind de manier waarop het “minister mens” beschimpt wordt eerder van een laag allooi. De uitspraak die ze deed, is volgens mij eerder een signaal van de tijd waarin we leven, dan een verwijt dat alléén aan de minister moet gemaakt worden : Er is te veel hoofd en te weinig hart, te veel ego en te weinig liefde.

Niettemin moet het gezegd : De minister en haar troepen hebben een mal figuur geslagen, alleen al door de lamentabele communicatie. Ik hoop écht en oprécht dat zij en haar kabinetsmedewerkers ooit beseffen dat “neen verkopen” in een scenario met een dergelijke factor van hoogdringendheid geen optie is. Als je als ouder je kind dreigt te verliezen, is de zin “we kunnen voorlopig niets doen” simpelweg verpletterend.

En toch was er in dit verhaal ook heel heuglijk nieuws. Ze liéten zich namelijk niet verpletteren, die ouders.

Ze stonden deze week als twee nieuwe, geheel onbekende, maar zeer krachtige magiërs op : De mama en papa van kleine Pia. Ze lieten het ministerie-van-non-magie een serieus poepje ruiken, door zomaar even zélf een dik konijn uit hun hoed te toveren. Met een sms actie en wat sociaal – en ander mediakabaal hebben ze het fijn geregeld.

De onmetelijke kracht waarmee zij weigerden zich neer te leggen bij de “neen” die ze van boze stiefmoeder Farma en Machteloze Maggie kregen, heet liefde. Liefde in combinatie met dat andere ingrediënt dat bergen verzet : Geloof, en dan heb ik het niet over de religieuze versie. Geloof in eigen kracht, vertrouwen in combinatie met een toegewijde inzet en een bijzonder scherpe focus.

Mama en papa Pia staan in mijn geheugen gegrift als hét bewijs van mijn stevige stelling : “Onmogelijk” is het land van de spijtoptant. Daar wil je niet naartoe, geloof me. Je trekt liever alle, maar dan ook àlle registers open, je verkent en test elke (tot de meest gékke) optie, je zoekt hulp en wel zoveel mogelijk.

Misschien kom je ondanks dat toch op een punt waar ogenschijnlijk niks nog mag baten. Als je alert blijft, is dàt zelfs vaak het moment waarop er zich alsnóg een àndere weg manifesteert, een scenario dat je eerder niet zag of kende. Alles wat je vóór dat moment opgeeft, is dikkevet zonde.

In het slechtste geval is “Méér kon ik niet doen” een eiland van rust waarop je je met je hand op je hart mag terug trekken, ook al heb je wonden te likken en verdriet te verwerken. Het zal bijlange niet zo erg zijn als een schuldgevoel, het “had-ik-maar” dat sowieso te laat komt en aan je vreet als een rat.

Al bij al gaat dus het over de kracht die je jezelf toe kent, over vertrouwen én over zoeken tot je vindt. Het gaat over het besef dat je niet weet wat je (nog) niet weet. Net zoals je nu nog niet weet dat varkentjes eigenlijk kunnen vliegen. Zo werkt dat. Heel simpel, maar niet gemakkelijk. In mijn wereld heet dat : “Pigs dó fly”. Varkentjes kúnnen vliegen. Vavavoom !

Uitgelicht

Graag traag…

Wie kent nog het verhaal van de schildpad en de haas die een wedstrijdje deden?

De haas had in de oorspronkelijke vertelling niet echt een naam, dus geef ik er ‘m één voor de gelegenheid : “Haas Hubris”. Hubris was zo’n geweldige snoever dat de andere dieren hem écht vervelend vonden. “Niemand sneller dan hij, wat een atleet!”

De schildpad dopen we hier even “Slome”, omdat hij alles – maar dan ook àlles – op zijn eigenste trage tem—poo—tje deed.

Slome de schildpad had het helemaal gehad met Hubris, de praatjesmaker. Hij wilde de haas een lesje leren dat hij niet snel zou vergeten, en daagde hem uit : “Wedden dat ik als eerste bij de oude holle eik bij de vijver raak?” De haas kwam haast niet bij van het lachen : “Weet jij wel met wie je te maken hebt? Maar bon, snoof hij hooghartig, als je dan toch zo nodig ingemaakt wil worden… ”

Bij het startsignaal stoof Hubris niet, zoals je zou verwachten, op de eindstreep af… neehee, daar was hij nét iets te zelfzeker voor. Hij keek spottend toe hoe Slome moeizaam peddelend vooruit kwam , grijnsde even in de richting van het dierenpubliek, en zette op zijn sloffen de achtervolging in. Ergens halverwege, werd hij wat moe van de brandende zon en dacht: “Eigenlijk is die Slome zó traag, ik heb nog úren de tijd. Ik doe nog even een dutje, hier in de schaduw van de vlierstruik.” Je raadt het al, zijn overmoed werd hem fataal. Hij oversliep zich en werd net op tijd wakker om de schildpad over de eindstreep te zien schuifelen. Zijn paniekerige eindsprint mocht niet meer baten.

Hubris en Slome … ze brengen een wijze fabel, die verzonnen werd door de Griekse slaaf Aesopos.

Wie wil jij liever zijn? Hubris of Slome? De haas die veel blabla verkoopt, maar het niet waar maakt, of de schildpad die rustig en toegewijd op zijn doel af gaat? Beweeg je snel, ondoordacht, en om indruk te maken? Of heb je een leuk traject voor ogen, waar je onverstoord en met visie aan bouwt?

Wat wil jij winnen? Welke wedstrijd? Van wie? Wat moet dat “winnen” jou brengen? Wat ook jouw antwoorden zijn, geef mij maar de win/win : Beetje geven/beetje nemen. Winnen ten koste van een ander, laat krassen na op je ziel.

Bovendien vraag ik me in deze “samenleving op speed” ook wel es af : Waar gaat iedereen zo HAAStig naar toe? Gaat het eigenlijk alleen over je raketgewijs richting die eindbestemming projecteren, of kan je ook genieten van de weg? Snelheid betekent trouwens stress : Al je zintuigen op scherp, uitkijken voor wat je uit je baan kan slingeren. Stress maakt ziek. Een fenomeen als Burn Out, bijvoorbeeld, is geen modeverschijnsel. Het is een gevaarlijk gevolg van langdurige, onafgebroken stress.

Vanwaar die behoefte om uit te pakken met hoe succesvol we zijn? Heel contradictorisch, vind ik dat. “Iedereen” (veralgemening is een stijlvorm) is met zichzelf bezig en tegelijk willen we indruk maken op elkaar. Hou maar al op, denk ik dan, niemand kijkt. En toch… als het er op aan komt, worden beslissingen net op basis vàn die oppervlakkige indrukken genomen. Of het nu in bedrijfscontext is of onder vrienden, we oordelen snel en alwetend, zonder te peilen naar diepere bodems. Ook alweer een formule voor pijnlijke misverstanden.

“Graag traag” is dus mijn pleidooi. Met aandacht en liefde leven, en kijken naar elkaar. Hartsvolle verbindingen maken met mensen in je omgeving. “Traag” zorgt ervoor dat je het onderscheid kunt maken tussen wat er wél of niet toe doet. Al te veel mensen komen er pas op hun sterfbed achter dat ze hun leven besteed hebben aan alles wat niét belangrijk is, dat wens ik jou alvast niet toe. Alles is keuze. Kies dus voor traag… graag…

Uitgelicht

Binnenstebuiten leven…

Lap ! ’t Is van dattum! Tweede officiële blogtekst, en het wil maar niet vlotten. Terwijl de flarden tekst me dagelijks teisteren door als dementors, onaangekondigd en op de meest ongepaste momenten door mijn hoofd te razen, komt er – nu ik er echt voor ga zitten – niks.

Ik merk dat ik het ineens allemaal heel spannend vind, spannend in de ietwat donkerdere zin van het woord. Even op zelfonderzoek, bij wijze van een duik in mijn – ik geef het grif toe – ingewikkelde binnenwereld :

Aan de hand van de beelden die in mij opkomen, krijg ik het gelukkig snel helder. Ik zie verwachtingsvolle ogen en gulzige blikken. Ze geven me het gevoel dat ik destijds had bij die droom waarin ik in “de Kerk” stond zonder slipje en met een veel te kort rokje: Een kijvende schaamte, “hoe heb ik dit nu kunnen doen” en “ik geef me helemaal bloot” (inderdaad, hilarisch! ).

Tijdens het knutselen aan deze site en de eerste teksten had ik er helemaal niet bij stil gestaan, bij wat het zou kunnen teweeg brengen… dat bloggen van me. Nu de eerste reacties (die overigens hartverwarmend, enthousiast en aanmoedigend waren, dank je wel! ) er zijn, lijkt het alsof de Dopamine Fee mij al heeft betoverd. Dopamine is de stof die je aanmaakt als je – wat ze in de universiteit van Harvard noemen – een “social reward” krijgt. Simpel uitgedrukt, een “like” op Facebook, positieve feedback, lovende woorden… We kunnen er zó aan verslaafd raken dat we er angstig of depressief van worden, en zelfs slecht gaan slapen of meer risico lopen op een auto ongeval.

Oef , dat mechanisme hebben we dan toch maar even mooi onderschept. Door de angst in de ogen te kijken en te ontmaskeren, wordt het me duidelijk : Nee bedankt, ik word geen dopamine hoer. Met die gedachte word ik instant terug gekatapulteerd naar mijn oerversie en het schrijven komt weer op gang. Ik moet bij mezelf blijven, dat is het, vertellen wat ik wil vertellen. Ik moet het “binnenstebuiten leven” dat ik promoot, trouw blijven. Niet denken aan wat de ander verwacht of leuk zou vinden om te lezen. “Leven vanuit je diepste essentie is het enige wat écht werkt”, blijft mijn motto.

Wat als we met z’n allen eens meer deden van wat we graag doen, en dàt délen, zonder druk, zonder verwachtingen of verplichtingen? Wat als ook werken genieten wordt, misschien lopen we er dan iets vrolijker en minder gestresst bij. Niet?

Mijn besluit staat in ieder geval vast. Ik deel wat ik vind dat ik moet delen met deze wereld. Wat meer is : Ik hoop uit het diepste van mijn hart hetzelfde voor jou! Wat wil jij delen? Keer jezelf ook maar es binnenstebuiten, ik ben alvast blij benieuwd wat het wordt !

Uitgelicht

Vavavoom doet wat met je!

De meest pure versie van jezelf is de beste, die brengt je helemaal bij jouw VAVAVOOM!
Vavavoom! is binnenstebuiten leven. Met beide voeten stevig op de grond, doe je aan “deliberate living” (term van Henry David Thoreau) : Je weet waar je voor staat, je zet de lijnen van je leven uit, je leeft wakker, fris en met een zekere branie. Je drive is niet wat anderen denken of verwachten. Je drive borrelt als vanzelf bij je op.
Vavavoom! is roerbakken met goesting, lef, kracht, kwetsbaarheid, respect, wijsheid, plezier, verantwoordelijkheid en energie… Daarover heen komt een sausje van humor en relativering
Wat is dat toch met die Vavavoom??? Spreek het uit en je voelt wat het met je doet. Als het goed is, verschijnt er een glimlach op je toet, voel je een prikkelende kracht en een tikkeltje magie. Jij hébt Vavavoom! Het is niks minder dan je uitleven in dit leven. Maar doe je dat wel? “She ’s a cutie, she’s a beauty, she’s a wauw” zingt Art Carney in 1955 in het liedje “Va va va Voom” voor de film noir “Kiss me deadly”. En in 1986 zorgde Gil Evans voor het lichtvoetige “Va va Voom” op de sound track van de film “Absolute Beginners”. Het moge duidelijk zijn, het woord, de onomatopee blijft plàkken. Vooral onze Noorderburen hanteren de term, wij zijn er niet zo mee vertrouwd (laat me raden, wegens te bescheiden?). Iemand die Vavavoom heeft, is een levendig, gepassioneerd, aantrekkelijk en zelfs opwindend persoon. Het woord wordt vaak gebruikt om uiterlijke kenmerken van iemand te beschrijven. Ik gebruik het in de context van Vavavoom Coaching als de verzamelnaam voor jouw unieke talentenpakketje, voor dat waar alleen jij een grootmeester in bent, en voor al die vermogens die je nog niet bij jezelf ontdekt hebt. Wat je in je hebt, straal je uit! Loop niet kleurloos het einde van je leven tegemoet, geniet, deel, verbind, zing, doe je ding, geef ons jouw Vavavoom , alsjeblieft!

https://www.instagram.com/ilse_gysel_vavavoomcoaching/